Tijdens een observatie bij een kinderdagverblijf zie ik een medewerker de hand van een kind vasthouden dat over een boomstam wil lopen. Het jongetje wordt een beetje boos en zegt: Zelf doen! De medewerker zegt: “Nee joh, straks val je!”.

En ik word een klein beetje verdrietig terwijl ik hier naar kijk. Want wat leren we deze jongen hier nu mee? In mijn ogen zeg je tegen dit kind: Je kunt dit zelf niet en je bent niet in staat om in te schatten of je dit zelf kunt. En daarom bepaal ik nu voor je dat je dit niet mag doen.

Het was echt met alle goede bedoelingen en heel lief bedoeld. Tijdens de evaluatie vraag ik waarom ze er op stond de jongen vast te houden. Het al verwachte antwoord was: Straks valt hij en doet hij zich pijn. Op mijn vraag of dat erg is, antwoord ze vertwijfeld: “Ja, nou ja, misschien wel niet?”.

Ik leg de medewerker uit dat ik het geweldig vond waar deze jongen mee bezig was. Hij was bereid zelf een risico te nemen. Stel je het gevoel voor dat hij gehad zou hebben als hij zelf tot het einde zou zijn gelopen. Er kan niets op tegen het gevoel van een overwinning. En wat als het nou niet was gelukt? Dan had deze jongen geleerd dat het misschien nog wat te vroeg was om dit zelf te doen. Of misschien had hij geleerd dat hij zijn voeten anders neer moet zetten of dat hij minder snel moet lopen. En misschien heeft hij dan ondervonden dat vallen pijn doet, maar dat dat niet zo erg is. Want vallen van 30 centimeter hoogte op het gras is niet zo erg.

Uit onderzoek blijkt dat risico’s nemen essentieel is voor kinderen. Helen Tovey vertelt in haar boek “Playing Outdoors” (McGraw-Hill Education, 2007) hier meer over. Een van de redenen die zij geeft waarom het van belang is om kinderen om te leren gaan met risico’s is dat het nemen van risico’s onderdeel van het leven is. Kinderen die nooit om hebben leren gaan met risico’s kunnen extreem angstig worden voor nieuwe dingen die op hun pad komen. Of juist het tegenovergestelde: kinderen vervallen in roekeloos gedrag, omdat ze niet geleerd hebben wat de consequenties daarvan kunnen zijn. Ook geeft Tovey aan dat er verbanden zijn tussen het leergedrag van kinderen, de wil om iets te leren, en het gevoel van welbevinden van het kind, wanneer kinderen betrokken zijn bij risicovol spel.

De term risicovol spel vind ik overigens in het Engels mooier: daar wordt gesproken van Risky Play. Dit is een beetje minder beladen en geeft niet meteen het gevoel dat het gaat om een heel gevaarlijke onderneming die een kind uitvoert.

Wat had de medewerker dan wel kunnen doen? Deze jongen was oud genoeg om de gevolgen van zijn acties te kunnen overzien. Voor je eigen gemoedsrust kun je dan nog aan het kind aangeven wat de gevolgen zijn van het alleen doen, want in veel gevallen weten kinderen dat best. Wil je het zelf doen? Hartstikke goed! Je weet dat je kunt vallen hè? Maar als je valt, zijn we er voor je!

Natuurlijk is je reactie aan leeftijd gebonden. De allerkleinsten zijn echt niet in staat om zelf risico’s in te schatten. Maar als je vanaf kleins af aan “zelf doen” en dus het risico nemen stimuleert, leert een kind hier mee omgaan en dan zijn zaken als een valtraining helemaal niet nodig. Als kinderen bekend zijn met vallen, hebben ze echt wel geleerd om de val op de juiste manier op te vangen, zodat ze niet plat op hun gezicht vallen.

Ik wil met dit blog zeker niet promoten om alle 4 jarigen rond te laten rennen met een zakmes of alle 2 jarigen van een ingegraven rioolbuis naar beneden te laten springen. Alles moet gedoseerd worden en je zult een bepaald vertrouwen op moeten bouwen met een kind, om een juiste inschatting te kunnen maken of bepaald spel acceptabel is of niet. Wat ik graag zou willen is dat er (nog meer) nagedacht gaat worden over het positieve effect van het nemen van risico’s. Grijp niet direct in, maar zie het even aan. Vraag je telkens af wanneer je in wilt grijpen: waarom doe ik dat en wat zijn de gevolgen wanneer ik nu even niets doe?

Je kunt als pedagogisch medewerker een grote rol spelen in het duidelijk maken aan ouders waarom het belangrijk is dat een kind risico’s neemt en zelf leert om die afwegingen te maken. En ja, dat levert schrammen op en blauwe plekken. Maar is dat nou zo erg? Als het nemen van risico’s leidt tot veerkrachtigere kinderen, die niet bij de kleinste tegenslag bij de pakken neer gaan zitten en bereid zijn uitdagingen aan te gaan, dan is het dat volgens mij dubbel en dwars waard! Daarmee lever je als pedagogisch medewerker of gastouder een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van een kind. Iets waarvan hij zijn levenlang profijt van zal hebben. En dat is waar het uiteindelijk om gaat!

Wil je meer weten over hoe je als pedagogisch medewerker of gastouder om kunt gaan met risicovol buitenspel? Schrijf je dan in voor een van onze workshops op 4, 18, 25 maart of 8 april. Dit onderwerp zal dan zeker aan bod komen! Als kinderdagverblijf geinteresseerd om meer te weten te komen over risicovol buitenspel door bijvoorbeeld het volgen van een workshop, training of het organiseren van een ouderavond? Neem gerust contact op!